Nieuws

Drie orgelconcerten

Afdrukken
PDF

Graag uw aandacht voor een drietal orgelconcerten deze zomerperiode:

-29 augustus 14.30 uur - Augustijnenkerk Dordrecht, Sonate VI van A. Guilmant en Choral I en II van H. Andriessen

-5 september 16.00 uur - Bergsingelkerk Rotterdam, Chorals pour Orgue van Franck, Vierne, Andriessen, Alain, de Jager

-12 september 20.00 uur - Bethlehemkerk Papendrecht, met Johan den Hoedt. Werken van Micheelsen, Mendelssohn, den Hoedt, Guilmant (Sonate V)

 

Franse onderscheiding

Afdrukken
PDF

Organist André de Jager is opnieuw onderscheiden door de Franse Société Académique d'Education et d'Encouragement Arts-Sciences-Lettres à Paris; op 14 juni 2014 is, in Parijs, aan hem de zilveren medaille (Médaille d’Argent) uitgereikt.

In april 2007 werd André reeds onderscheiden met de bronzen medaille van de Franse Stichting voor Kunsten-Wetenschappen-Letteren.

André in Notre-Dame, Parijs

Afdrukken
PDF

André de Jager heeft de zeer eervolle uitnodiging ontvangen om op zaterdagavond 10 augustus 2013 een orgelconcert te verzorgen op het wereldberoemde 5-klaviers Cavaillé-Coll orgel in de Cathédrale Notre-Dame te Parijs; het mekka voor de organist. Uiteraard zal André een aantal van de door hem zo geliefde franse werken spelen.

Het programma omvat werken van Vierne, de Jager, Locklair, Widor en Dupré.

De aanvang is 20.00 uur en de toegang is vrij.

Kom luisteren bij dit unieke concert en neem anderen mee !

Het concert is inmiddels voorbij en het was overweldigend en onvergetelijk.

 

Restauratie kerkorgels....

Afdrukken
PDF

Beste Orgelvrienden,

 

Onderstaand stuk heb ik zowel naar "De Orgelvriend" als naar "Het Orgel" gemaild, echter men wil het niet plaatsen.

Dus daarom plaats ik het op mijn website zodat een ieder haar/zijn mening hierover kan geven (in mijn email).

Alvast bedankt.

 

Restauratie kerkorgels, of: Verminking kerkorgels ?

 

Nederland – Orgelland, dat is wereldwijd bekend. Maar hoe fraai zijn de orgels en hoe fraai zijn ze nog na een restauratie? Het is algemeen bekend dat, als het kerkorgel waarop je mag spelen gerestaureerd moet worden en Rijksadviseurs c.q. Monumentenzorg zich er mee gaan bemoeien, dat je hoopt na de restauratie je ‘oude’ orgel weer aan te treffen. Helaas is dit maar al te vaak niet het geval omdat er tegenwoordig steevast ‘teruggerestaureerd’ wordt naar vroeger.

 

We kennen allemaal nog het protest van Feike Asma, op 23 mei 1967, tegen de, volgens Monumentenzorg, goed uitgevoerde restauraties van bijvoorbeeld de Grote Kerk te Maassluis, Bavo-orgel te Haarlem, Sint-Janskerk te Gouda (waar de machtige Bazuin 32’ zonder meer uit het orgel gesloopt werd omdat dit register bij de oplevering in 1736 niet aanwezig was terwijl de later aangebrachte vox-céleste (één van de meest omstreden orgelregisters) bij dit instrument ongemoeid gelaten werd, evenals de zwelkast).

Daarentegen werd in Maassluis de zwelkast, die een veel effectiever werking had dan die te Gouda, vernietigd. Hieruit blijkt dat de huidige restauraties naar een zogenaamde oorspronkelijke staat van willekeur niet zijn uitgesloten.

Verder stelt Feike Asma in zijn protest dat er orgelmuziek is van Bach tot heden en dat het de hoogste tijd wordt dat orgeldeskundigen en adviseurs er eindelijk eens van overtuigd raken dat de goede orgelmuziek uit de verschillende perioden recht heeft om te kunnen worden vertolkt. Zolang de deskundigen het orgel verhistoriseren en weigeren het te laten meegroeien met zijn tijd zal de koning der instrumenten door deze beperking steeds meer achterblijven bij de muzikale ontwikkeling. We zijn inmiddels enkele decennia verder maar het is evident dat er nog weinig tot niets van geleerd is…

 

Regelmatig kun je lezen dat, bij restauraties, men teruggaat naar de situatie van bijvoorbeeld 1850 maar met behoud van de wijzigingen uit 1910, dat is dus willekeurig. Waarom steevast terug naar het oude?

We zijn allemaal ‘fan’ van de wereldberoemde Cavaillé-Coll orgels, met zwelkasten, met vox-célestes, met bazuinen 32’, etcetera. De geniale Cavallé-Coll had veel oude mankementen in de orgelbouw verbeterd maar tegenwoordig lijkt het wel dat een aantal van die mankementen weer terug moet in de orgels.

Komt de orgelbouwer met paard en wagen (terug naar vroeger dus) of met een luxe wagen? En waarom nu overal een windmotor, die hadden ze bij de oplevering veelal ook niet.

 

Nog een voorbeeld: de restauratie in 1989 van het Naber-orgel in de Grote Kerk te Sliedrecht, herstel van de Naber-dispositie uit 1852 met toevoeging van een Cornet 4 st. en met behoud van de opschuivingen uit 1883, en een toevoeging van een Quintfluit 2 2/3’ op het Bovenwerk (die er in 1852 niet op zat…) dit alleen al riekt naar willekeur. Eén en ander hield in dat de prachtige sexquialter uit 1954 er af moest, waarom? Tevens werd er bij die restauratie aan het Hoofdwerk een Bourdon 16’ en een Fagot 16’ toegevoegd. Twee registers die veel wind nodig hebben maar van de 4 spaanbalgen uit 1852 werden er maar 3 aangesloten op de windmotor, waardoor het orgel nu dus hoorbaar windziek is. Men dacht kennelijk meer verstand van orgelbouw te hebben dan Naber…

Het is frappant te noemen dat zgn. adviseurs even bepalen wat er van een orgel af moet, daarna nooit meer op dat orgel spelen en de organist, die er elke zondag zit met een orgel achterlatend waar hij/zij enkele prachtige registers moet missen. Dus: altijd alle registers laten zitten. Vind de Rijksadviseur het niet nodig (vanwege vroeger) dan vinden andere organisten ze wel mooi.

 

Hebben adviseurs eigenlijk wel de wetenschap dat een kerkorgel niet alleen voor concertgebruik bedoeld is maar in de eerste plaats voor de begeleiding van de samenzangen tijdens de zondagse erediensten?

Neem nu restauraties van éénklaviers orgels met een aangehangen pedaal. Samenzangen worden gedragen door een 16 voet in het pedaal. Waarom dan niet een transmissie van de Bourdon 16’ van het Manuaal naar het pedaal? Een kleine moeite en een enorm belangrijke aanwinst voor orgel en samenzang!

Als voorbeeld de restauratie van het Lohman-orgel van Zuidwolde in 2010: nog steeds een aangehangen pedaal. Is het maken van enkele hoofdwerk-registers als transmissie naar het pedaal soms een doodzonde?

Als tweede voorbeeld het Van Dam-orgel van Grijpskerk (restauratie 2010) ook met een aangehangen pedaal, je zal daar organist zijn en dus elke zondag moeten tobben. Zo kan ik nog wel even doorgaan met het opsommen van voorbeelden.

Tevens heb ik gelezen dat bij de huidige restauratie van het Bätz/Witte orgel in de Grote Kerk te Gorinchem notabene beide Sexquialters (uit 1960) er af moeten (ten faveure van een scherp en een fluit travers) terwijl de dulciaan (uit 1960) en zwelkast mogen blijven (hetgeen er allemaal bij de oplevering in 1853 niet op zat). De drie pedaalregisters (uit 2002) mogen weer wel blijven omdat ze op een aparte windlade staan. Het is maar goed dat Jan Bonefaas dit niet meer mee hoeft te maken. Als je tegenwoordig maar veel muziek van J.S. Bach speelt zit je al goed; hoe kun je nu enkele Bach-koralen uitvoeren zonder sexquialter?

 

Bij het orgel in Fondation Royaumont, Asnières-sur-Oise, zat oorspronkelijk als zwel een trede aan de rechterkant van het pedaal met drie standen. Gonzalez verving de trede van de zwelkast door een, veel makkelijker te bedienen, basculdetrede midden boven het pedaalklavier. Dat werd uiteraard weer ongedaan gemaakt en nu zit de, voor een organist uiterst onhandige, trede uiterst rechts er weer op. Tsja, het moet organisten vooral niet gemakkelijk gemaakt worden natuurlijk.

 

Nog een toevoeging: woensdagavond 3 augustus jl. heb ik het orgelconcert van Cor Ardesch in de Grote Kerk te Dordrecht bezocht; een zeer goed concert, dat zonder meer.

Echter het Kam-orgel, dat onlangs voor tonnen gerestaureerd is, heeft een in de kerk duidelijk hoorbare klapperende pedaalmechaniek. Dus waarom niet gewoon een electrische speeltafel geplaatst? Dat heeft vele voordelen:

-de organist hoeft niet te 'werken' met een (te) zware toetsdruk maar kan lekker spelen,

-er kan een setzercombinaties ingebouwd worden waardoor je een orgelconcert veel sneller voorbereid hebt en de gebruikte combinaties kunt inprogrammeren c.q. bewaren,

-je hoeft daardoor maar één registrant in de gaten te houden,

-er kan een generaal crescendo op wat zeer handig is bij improviseren,

-het publiek hoort geen onnodige en storende geluiden beneden in de kerk.

In het computertijdperk waarin we nu leven moet alles beter en sneller alleen organisten moeten blijven tobben met oude gebruiken waarmee de orgels kennelijk uitgerust moeten blijven.

Toen Louis Vierne in 1927 terugkeerde van een Amerikaanse tournee schreef hij een zeer uitgebreid voorstel tot verbetering van de speeltafel  van het orgel in de Notre-Dame te Parijs (electrisch en met veel speelhulpen).

Wat te denken van het feit dat enkele jaren geleden iemand 1,5 miljoen euro wilde schenken om het wereldberoemde orgel in de Oude Kerk te Amsterdam te kunnen restaureren, echter op één voorwaarde: er moest dan wel een electrische speeltafel komen. U raadt het al, de broodnodige restauratie van het windzieke orgel ging niet door.

In een interview in De Orgelvriend van juli/augustus 2002 verklaarde Olivier Latry dat het aan orgel in de Notre-Dame te Parijs de electronische tractuur zoveel mogelijkheden meer biedt, vooral voor eigentijdse muziek.

Door het halsstarrig navolgen van achterhaalde ideologieën, en niet met de tijd meegaand, moeten organisten in Nederland dus nog steeds maar al te vaak tobben.

 

Toevoeging op 1 november 2011, dan stop ik ermee want je kunt moeiteloos doorgaan met dit onderwerp:
Op 27 november 2010 is het Naber-orgel in de Hervormde Kerk van Wilp heringebruik genomen. In een artikel hierover in De Orgelvriend van november 2011 staat letterlijk het volgende: "Voor wat betreft de huidige samenstelling van de dispositie is enerzijds besloten de Bourdon 16 vt, in afwijking van de oorspronkelijke dispositie, te handhaven. Anderzijds is afgezien van het aanbrengen van een transmissie als pedaalregister, zoals Proper die aanbracht bij het Naber-orgel in de Lutherse Kerk van Kampen. Dit zou uiteraard de gebruiksmogelijkheden van het orgel hebben vergroot." Dus weer met willekeur en een aangehangen pedaal; wie stopt deze waanzin?


Aanleiding van dit schrijven is, als klap op de vuurpijl, de onlangs uitgevoerde restauratie / verminking van het orgel in de Sint Willibrorduskerk te Esch.

Wat hebben de ‘adviseurs’ daar gepresteerd: het oorspronkelijke orgel met alleen een manuaal, in 1828 door Schmidt van een pedaal voorzien, is Anno 2010 weer zónder pedaal opgeleverd. Ongekend en ongehoord! Wat heb je nu nog aan zo’n orgel? Een adviseur moet adviseren en niet bepalen; de organist van het orgel moet zeker een belangrijke stem in het geheel hebben. Daarnaast is het zo dat een (duur betaalde) adviseur toestemming moet geven om subsidie te krijgen terwijl een orgelbouwer net zo goed kan adviseren.

 

Wie stopt het regelmatig verminken van de vele prachtige orgels in Nederland?

 

André de Jager, organist te Papendrecht, juli 2011